
Paul de Lussanet (Laren 1940) studeerde in eerste instantie Economie in Amsterdam. De interesse in deze studie was echter ver te zoeken en wanneer zijn familie hem naar het eiland Lesbos sturen om een cursus ets maken te volgen om daarna weer verfrist zijn studie te vervolgen resulteerde in een volledig tegengestelde actie. Zijn liefde voor kunst is aangewakkerd en hij begint een nieuwe opleiding aan de Schule des Sehens onder leiding van Kokoschka in Salzburg en aan het Hoger instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij verhuisd vervolgens voor geruime tijd naar Parijs om in 1964 zijn eerste tentoonstelling in Nederland te houden bij de Larense galerie Knipscheer met werk van erotische vrouwen.
Het waren roerige tijden in de jaren zestig toen verschillende stromingen naast elkaar bestonden en het was moeilijk te zeggen wat nou de inspirerende groep was voor Lussanet. Hij wordt 'in gedeeld bij de nieuwe figuratieven maar waaruit nog steeds niet zijn eigenheid blijkt,
DIt wordt pas langzamerhand duidelijk wanneer hij een nieuw symbolisme introduceert. Zijn stijl wordt geïnspireerd door zoals Ed Wingen dat zo goed verwoordde gevoed door een grote interesse naar de schijnwereld van reclame, mode en cosmetica dat in het surreële wordt getrokken omdat de werkelijkheid ontrokken wordt aan het oog door een dikke laag dood vlees geheel in de trant van Francis Bacon.
In de jaren 70 trekt ook de filmer in Paul de Lussanet aan hem. Het is een periode waarin hij films produceert, schildert maar ook tekent, schrijft en boekomslagen ontwerpt. Hij ontwikkelt zich steeds meer .
In de jaren 80 raakt hij steeds meer in de ban van Klimt en Lautrec met hun theatrale maar veel zachtere manier van schilderen. Via deze inspiratiebronnen vind hij eindelijk zijn eigen manier om de meest prachtige vrouwen te schilderen die hij 'Bathing Beauty’s' doopt.
Zijn werk heeft vanaf deze periode een lichtvoetigheid en transparantie die ervoor zorgt dat de figuren haast vanuit een andere wereld lijken te zweven maar wel in een zodanige manier dat hij zich in een tussengebied bevindt tussen figuratie en non-figuratie met een helder kleurenpalet wat hem een geheel eigen stijl oplevert.