Gerard ’t Hart (1933) studeerde in de periode 1955-1960 Vrije schilderkunst aan de Vrije Academie te Den Haag. Ook volgde hij lessen over Aziatische beelden, krijt op papier en papierobjecten. Oftewel ’t Hart heeft een brede interesse op het kunstzinnige vlak. De eerste periode van zijn kunstenaarsbestaan heeft hij dan ook een ware zoektocht ondergaan om te zoeken naar zijn ultieme manier van kunst maken.
Een extra inspiratiebron waren de lessen van de lichtkunstenaar Levinus van der Bundt. Deze ontwikkelde in die tijd zijn "lumodynamische machine", waarmee hij het licht kon dirigeren en transformeren waardoor vorm en kleur veranderlijk door ruimte en tijd kunnen spelen. Deze interesse wat betreft licht en kleur is nog steeds duidelijk vertegenwoordigt in het werk van Gerard ’t Hart.
Uiteindelijk creëerde ’t Hart een geheel eigen manier van kunst maken namelijk door middel van gescheurde stukken papier in een bepaald patroon te rangschikken, schilderde hij als het ware met papier. Het papier als een soort verf om eigen composities te maken die door de ruwe scheurranden haast een soort 3-dimensionaliteit in zich hebben. Zo bouwt hij uit verschillende lagen papier composities op. Hij past deze techniek ook toe in zelf ontworpen boeken. Waardoor het landschap of de abstracte compositie steeds een fractie wordt veranderd op de volgende pagina. Zo ontstaat er een boek dat haast lijkt te leven wanneer men het doorbladert. Ook zijn reizen naar Amerika, Azië en Afrika leidden tot veel inspiratie die terug te zien zijn in vele elementen van zijn werk hetzij in zijn scheurwerken, krijt op papier,schilderijen, beeldboeken of monumentaal werk. Compositie, kleur en vorm worden door ’t Hart verenigt tot zijn eigen kunst. Geen ingewikkelde gedachtes maar een kunst als uiting van zijn gevoel.